Inhoud
EERSTE JAAR: 20 begeleide dagen (40 dd) met de volgende onderdelen:
Introductie (2dd)
Het counselingspracticum (16 dd)
Het counselingspracticum, hierna CP genoemd, is het hart van de opleiding. De helft van de begeleide tijd wordt hieraan besteed.
Een effectieve begeleiding komt pas tot stand als we een helder gewaarzijn hebben van onszelf, van onze cliënt en van de relatie tussen beiden. We stellen de kwaliteit van het contact tussen begeleider en cliënt centraal en baseren daarop de training in begeleidingsvaardigheden. Ook zelfsturing van de cliënt is een belangrijk uitgangspunt. Er wordt in de training gewerkt met experimenten (waarin bewustzijn ontwikkeld wordt over eigen attitude en gedrag) en oefeningen (waarin concrete vaardigheden eigen gemaakt worden). Dit alles op grond van een duidelijke visie op counseling en coaching, en gekoppeld aan stukjes theorie. Aan het eind van het jaar weet u, hoe u een begeleidingsproces tot een goed einde kunt voeren.
U krijgt tijdens het CP op verschillende wijzen feedback op uw begeleidingshandelen:
• u oefent in de rol van counselor of coach
• u brengt een eigen begeleidingsprobleem in in de rol van cliënt
• u maakt uw wijze van begeleiden bespreekbaar aan de hand van audio- of video-opnames
U houdt uw leerproces in een logboek bij. Hierin geeft u steeds aan wat uw leerwinst is en wat uw nieuwe leervragen zijn. In een afrondend werkstuk geeft u aan, wat u zich aan competenties heeft eigen gemaakt.
Onderwerpen in de training:
• empathie, echtheid, congruentie, onvoorwaardelijke acceptatie
• gewaarzijn, contact maken (met je zelf, met de ander)
• aandacht geven aan wat voorgrond is
• verbinding of autonomie: open staan of grenzen stellen
• luistervaardigheden: vragen stellen, reflecteren
• angsten en behoeften als motor van gedrag
• het proces van behoeftebevrediging en blokkades in dat proces
• omgaan met weerstand
• polariteiten, de ontbrekende pool
• kernkwaliteiten: kwaliteit, valkuil, allergie, uitdaging
• toevoegende vaardigheden: feedback geven, zorgend confronteren, positief heretiketteren, vermoedens opperen, verbanden leggen, een interpretatie voorleggen, adviessuggesties aanreiken.
• werken met metaforen, beelden, verhalen
• de dramadriehoek: dader / slachtoffer / redder
• het begeleidingsgesprek in een driefasen model.
• wat counselen NIET is: zoals oordelen, eigen agenda volgen, dwingend zijn.
• visie op counseling en coaching; overeenkomsten en verschillen
Probleemvelden (8 dd)
In dit blok worden de volgende probleemgebieden aan de orde gesteld:
• rouw- en verliesverwerking
• perfectionisme, faalangst
• gedrags- en concentratiestoornissen
• zelfdestructief gedrag: eetstoornissen, depressiviteit, automutilatie, suïcidaal gedrag, verslaving
• geweldgedrag: pesten, seksuele intimidatie en geweld, discriminatie en racisme, vandalisme
Tevens wordt er bekeken welke invloeden kunnen leiden tot (probleem-)gedrag en wat een effectieve counselingsaanpak kan zijn.
Plaats van counseling / coaching binnen de eigen onderwijsinstelling (4 dd)
Counseling en coaching functioneren binnen een onderwijsorganisatie. Visie, beleid, structuur en cultuur van de organisatie bepalen mede het rendement. Counseling en coaching zijn effectiever naarmate de organisatie het welzijn van leerlingen / cursisten en personeel een belangrijker plaats geeft. Wij achten het belangrijk dat u helder krijgt hoe uw organisatie daarin denkt en handelt, en ook dat u handvatten krijgt om de plaats van coaching en counseling positief te beïnvloeden.
Relatie tussen onderwijspraktijk en visie op counseling en coaching (2dd)
De onderwijspraktijk weerspiegelt bewust of onbewust bepaalde opvattingen over menselijke groei en ontwikkeling. Sommige van die opvattingen sporen goed met visies over coaching en counseling, zoals bijvoorbeeld de coachende benadering bij leerontwikkelingen, of de visie op het aanboren bij leerlingen van zoveel mogelijk intelligenties.Wij willen u laten reflecteren op de gangbare onderwijspraktijk bij u zelf en op uw onderwijsinstelling in relatie tot visies op coaching en counseling.
Begeleide intervisie (4 dd)
Intervisie is een goede organisatievorm in het kader van collegiale coaching. Daarom willen we die vorm expliciet inbrengen. De intervisiebijeenkomsten zijn begeleid.
Afronding (4 dd)
In een mix van presentatie- en evaluatievormen toont u de leerwinst van het eerste jaar.
Onbegeleide tijd (60 uur)
Deze is bedoeld voor het bestuderen van theorie, het maken van verwerkingsopdrachten en werkstukken.
Toetsing eerste jaar
Toetsing vindt plaats aan de hand van enige werkstukken en een presentatie. Daarin verbindt u uw leerproces aan de besproken theorie.
Het gaat om drie werkstukken:
• reflectie op persoonlijke ontwikkeling
• reflectie op eigen counseling / coaching
• reflectie op de plaats van counseling / coaching binnen de eigen onderwijsinstelling, en uw functioneren daarin
In de cursusdagen verzamelt u daarover materiaal.
In een presentatie aan het eind van het jaar verbindt u elementen uit die werkstukken in hun samenhang
TWEEDE JAAR
Het tweede opleidingsjaar is bedoeld als specialisatie en verdieping. De specialisatie gaat uit van uw taak of functie, zoals decanaat, leerlingbegeleiding, schoolcounseling, vertrouwenspersoon, collegiale coaching, e.d. Daarbinnen vergroot u uw begeleidingsmogelijkheden en werkt u projectmatig aan het effectiever maken van begeleiding in uw organisatie. De specialisatie is voor een belangrijk deel in onbegeleide tijd, maar als introductie of ondersteuning bij uw specialisatieproject kunt u onder meer gebruik maken van onze korte cursussen. Zo is bijvoorbeeld de basiscursus decanaat zeer geschikt voor de specialisatie decanaat. Verdieping vindt vooral in het counselingspracticum plaats.
Het tweede jaar omvat 30 begeleide dagdelen met de volgende onderdelen:
Opstart (tweedaagse)
Counselingspracticum: voortzetting en verdieping (16 dd)
In het tweede jaar worden de competenties die in het eerste jaar geleerd zijn verder ingeslepen in het eigen begeleidingsgedrag. Daarbij zal gedifferentieerd worden in counseling en coaching.Verder vinden we het van belang dat u op de hoogte bent van psychiatrische verschijnselen, zodat u die wellicht kunt signaleren en bij welke problematieken u kunt of moet doorverwijzen. Er wordt aandacht besteed aan onder andere: depressiviteit, eetstoornissen, fobieën, persoonlijkheidsstoornissen.
Project (10 dd)
U werkt aan een (kleine) innovatie op het terrein van uw functie of taak. Het ontwikkelen van persoonlijk leiderschap staat daarin centraal. In een aantal begeleide uren en in supervisie wordt u daarin ondersteund. Het is de bedoeling dat uiteindelijk de leerling (de docent, de school, uzelf als begeleider) er baat bij heeft.
Supervisie
U krijgt supervisie op alle vragen die rijzen in de brede context van uw project en uw overige werk. Supervisie kan een bijdrage leveren aan
• uw persoonlijke ontwikkeling
• uw positionering binnen de eigen onderwijsinstelling
De supervisie gebeurt in een groep van twee of drie personen en is 8 x 2 uur.
Afronding (4 dd)
In een mix van presentatie- en evaluatievormen toont u de leerwinst van de opleiding.
De onbegeleide tijd (90 uur)
De onbegeleide tijd gebruikt u o.a. voor:
• de onbegeleide intervisiebijeenkomsten (6dd): in de intervisiegroep geeft men elkaar ondersteuning bij het vormgeven aan de specialisatie
• het bestuderen van theorie
• het maken van verwerkingsopdrachten en werkstukken
Toetsing tweede jaar
U rondt uw opleiding af met twee werkstukken en een presentatie. Deze zijn een weerslag van uw leerproces in het specialisatiejaar. Het betreft een
• reflectie op uw persoonlijke ontwikkeling in relatie tot counseling / coaching
• werkstuk over uw ontwikkeling binnen uw specialisme in uw onderwijsinstelling
|